Tips en Advies

13-12 ST Nieuwsbrief 2017 deel 10
15-11 ST Nieuwsbrief 2017 deel 9
08-11 ST Special Eindejaarstips 2017
24-10 ST Nieuwsbrief 2017 deel 8
12-10 ST Special Regeerakkoord 2017
21-09 ST Special Miljoenennota 2018
13-07 ST Nieuwsbrief 2017 deel 7
21-06 ST Nieuwsbrief 2017 deel 6
18-05 ST Nieuwsbrief 2017 deel 5
12-04 ST Nieuwsbrief 2017 deel 4
12-04 ST Nieuwsbrief 2017 deel 3
15-03 ST Nieuwsbrief 2017 deel 2
24-01 ST Nieuwsbrief 2017 deel 1
11-01 ST Special Lonen 2017
15-12 ST Nieuwsbrief 2016 deel 10
22-11 ST Nieuwsbrief 2016 deel 9
15-11 ST Special Eindejaarstips 2016
20-10 ST Nieuwsbrief 2016 deel 8
22-09 ST Nieuwsbrief Miljoenennota 2017
14-07 ST Nieuwsbrief 2016 deel 7
21-06 ST Nieuwsbrief 2016 deel 6
19-05 ST Nieuwsbrief 2016 deel 5
14-04 ST Nieuwsbrief 2016 deel 4
23-03 ST Nieuwsbrief 2016 deel 3
24-02 ST Nieuwsbrief 2016 deel 2
26-01 ST Nieuwsbrief 2016 deel 1
12-01 ST Special lonen 2016
17-12 ST Nieuwsbrief 2015 deel 10
25-11 ST Nieuwsbrief 2015 deel 9
12-11 ST Special Eindejaarstips 2015
29-10 ST Nieuwsbrief 2015 deel 8
15-10 ST Nieuwsbrief 2015 deel 7
23-09 ST Nieuwsbrief Miljoenennota 2016
30-06 ST Nieuwsbrief 2015 deel 6
26-05 ST Nieuwsbrief 2015 deel 5
28-04 ST Nieuwsbrief 2015 deel 4
25-03 ST Nieuwsbrief 2015 deel 3
26-02 ST Nieuwsbrief 2015 deel 2
28-01 ST Nieuwsbrief 2015 deel 1
22-01 ST Special Lonen 2015
03-12 ST Special Eindejaarstips 2014
30-10 ST Nieuwsbrief 2014 deel 8
16-09 ST Nieuwsbrief 2014 deel 7
31-07 Werkkostenregeling
24-07 Zonnepanelen op uw woning
24-07 Uw positie als DGA
01-07 ST Nieuwsbrief 2014 deel 6
26-06 ST Nieuwsbrief 2014 deel 5
29-04 ST Nieuwsbrief 2014 deel 4
03-04 ST Nieuwsbrief 2014 deel 3
13-03 Succesvol financieren
13-03 Auto en fiscus 2014
13-03 ST Nieuwsbrief 2014 deel 2
07-02 ST Special lonen 2014
05-02 ST Nieuwsbrief 2014 deel 1
05-12 Update ST Special Oudejaarstips 2013
07-11 ST Special Oudejaarstips 2013
17-10 ST Nieuwsbrief 2013 deel 8
24-09 ST Nieuwsbrief Miljoenennota 2014
17-09 ST Nieuwsbrief 2013 deel 7
02-07 ST Nieuwsbrief 2013 deel 6
30-05 ST Nieuwsbrief 2013 deel 5
25-04 ST Nieuwsbrief 2013 deel 4
28-03 ST Nieuwsbrief 2013 deel 3
21-02 ST Nieuwsbrief 2013 deel 2
09-01 ST Special lonen 2013
07-02 ST Nieuwsbrief 2013 deel 1
10-12 Wet Uniformering Loonbegrip
09-01 ST Nieuwsbrief Belastingplan 2013
19-11 ST Eindejaarstips 2012
09-01 ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2012, II
09-01 ST Tips 4e kwartaal 2012, II
09-01 ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2012, I
09-01 ST Tips 4e kwartaal 2012, I
28-06 ST Nieuwsbrief 3e kwartaal 2012
28-06 ST Tips 3e kw 2012
16-05 ST Nieuwsbrief 2e kwartaal 2012
16-05 ST Tips 2e kwartaal 2012
07-02 ST Nieuwsbrief 1e kwartaal 2012
07-02 ST Tips 1e kwartaal 2012
31-01 ST Special Lonen 2012
02-11 ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2011
02-11 ST Tips 4e kwartaal 2011
14-07 ST Nieuwsbrief 3e kwartaal 2011
23-03 ST Tips 3e kwartaal 2011

ST Nieuwsbrief 3e kwartaal 2011

Alle belastingplichtigen
1. Hoeveel is uw woning waard in box 3?
Wanneer u een woning heeft die u geheel of gedeeltelijk verhuurt, moet u de waarde van die woning opgeven in box 3. Sinds 1 januari 2010 gelden nieuwe regels voor de waardering van verhuurde en verpachte woningen.

Regels voor de verhuurde woning
Een verhuurde woning is minder waard in het economisch verkeer dan een niet-verhuurde woning. Om te voorkomen dat de waardebepaling voor box 3 van een verhuurde woning te hoog uitpakt, mag u de waarde corrigeren door slechts een percentage te nemen van de WOZ-waarde.

Leegwaarderatio
Het percentage is afhankelijk van de hoogte van de huur in verhouding tot de WOZ-waarde. De jaarhuur, twaalfmaal de kale maandhuur, bepaalt hoeveel lager de waarde is. Dit wordt de leegwaarderatio genoemd. Deze leegwaarderatio leidt tot een waardering van 60% tot 85% van de WOZ-waarde.

Waardering in de praktijk
Stel, u verhuurt een woning voor € 750 per maand. De verhuurde woning heeft een WOZ-waarde van € 450.000. Om de leegwaarderatio te bepalen, moet u allereerst uitgaan van de jaarlijkse huur (12 x € 750 = € 9.000). De jaarlijkse huur, gedeeld door de WOZ-waarde, levert een percentage op van 2%. Hier hoort een leegwaarderatio bij van 68%. De waarde van de verhuurde woning in box 3 is nu 68% x € 450.000 = € 306.000.

Let op:
 Huur voor stoffering, meubels of in de huur begrepen bedragen voor gas, water en/of elektriciteit tellen niet mee in de jaarhuur.
 Er geldt een vast percentage van de WOZ-waarde wanneer u bijvoorbeeld te weinig of te veel huur vraagt voor de woning.
 De huurder van de verhuurde woning moet recht hebben op huurbescherming.
 De woning moet in Nederland liggen.
 De regeling is alleen van toepassing op waardering van woningen en niet op die van bijgebouwen die zakelijk gebruikt worden.

Regels voor verpachte woningen
De waardering van verpachte woningen gebeurt op dezelfde basis als voor verhuurde woningen, waarbij dan uiteraard wordt uitgegaan van de jaarlijkse pacht. De verpachting maakt de woning immers ook minder waard. Het moet wel gaan om duurzaam verpachte woningen. In afwachting van definitieve wetgeving is de regeling voor verpachte woningen alleen geldig voor het belastingjaar 2010.

Werkgever
2. Forse bijbetalingsverplichting voor oude werkgever bij waardeoverdracht pensioen
Een werknemer die verandert van werkgever, heeft het recht om zijn opgebouwde pensioenaanspraken mee te nemen naar de pensioenregeling van zijn nieuwe werkgever. Hij moet dit dan wel binnen zes maanden aangeven. Deze waardeoverdracht kan voor u als voormalig werkgever behoorlijke financiële consequenties hebben wanneer de pensioenregeling is ondergebracht bij een verzekeraar.

Recht op waardeoverdracht
Bij beëindiging of aanvang van een pensioenregeling is de oude of nieuwe werkgever verplicht om de werknemer meteen in te lichten over het recht op waardeoverdracht van het pensioen. Waardeoverdracht hangt overigens af van het soort baanwissel van de werknemer. Blijft de werknemer binnen dezelfde bedrijfstak werken waar voor iedereen dezelfde pensioenregeling geldt, dan is waardeoverdracht niet nodig. Bovendien levert een waardeoverdracht voor de werknemer lang niet altijd voordeel op. Goed overleg is daarom verstandig!

Wat maakt waardeoverdracht zo duur?
De waardeoverdracht kan u als oud-werkgever veel geld kosten. Dit doet zich voor als de werknemer overstapt van de ene naar de andere pensioenverzekeraar en er sprake is van een middelloon- of eindloonregeling. Bij een waardeoverdracht moet de waarde van de pensioenaanspraak worden vastgesteld tegen de huidige rekenrente (2011: 2,9%). Veel verzekeraars hanteren echter een hogere rente. Dit kan bij u tot aanzienlijke kosten leiden, want het verschil moet door u als oud-werkgever worden bijbetaald. De regels bij waardeoverdracht schrijven namelijk voor dat als de waarde van het gefinancierde deel van de aanspraken bij de oude pensioenuitvoerder kleiner is dan de overdrachtswaarde, dit tekort ten laste komt van de oud-werkgever.

Als het gaat om een regeling bij een pensioenfonds, leidt waardeoverdracht niet tot problemen. Pensioenfondsen moeten deze lasten zelf dragen.

Mogelijke oplossingen
Er gaan steeds meer stemmen op om het wettelijk recht van de werknemer op waardeoverdracht van pensioenen aan te passen. Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede Kamer inmiddels geïnformeerd over mogelijkheden om de bijbetalingsproblematiek op te lossen. Binnen de bestaande pensioenwetgeving is het nu al mogelijk om de bijbetalingsproblematiek te beperken, maar van deze mogelijkheden wordt niet veel gebruikgemaakt. De minister komt daarom met een tussenoplossing in de vorm van twee varianten:

 Variant 1: Geen recht op waardeoverdracht zolang een werkgever door de bijbetalingslasten aantoonbaar in substantiële financiële problemen zou komen te verkeren.
 Variant 2: Het stellen van een bepaalde grens aan de hoogte van de bijbetalingslast, waarboven een pensioenuitvoerder niet verplicht is om mee te werken aan een verzoek om waardeoverdracht.

Beide varianten vergen aanpassing van de Pensioenwet en moeten nog nader worden verkend en uitgewerkt. Minister Kamp streeft naar invoering van de gewijzigde regels per 1 januari 2012.

Werkgever
3. Hoe verwerkt u een teruggaaf Zorgverzekeringswet?
Heeft u een werknemer die voor meerdere werkgevers werkt, of naast zijn dienstbetrekking één of meer uitkeringen ontvangt, dan kan het zijn dat u te veel aan inkomensafhankelijke bijdrage Zvw hebt ingehouden en afgedragen. In dat geval betaalt de Belastingdienst het te veel betaalde bedrag over 2010 in het derde kwartaal van 2011 automatisch aan u terug.

De teruggaaf van de bijdrage Zvw vergt nogal wat handelingen in de loonadministratie en vaak is de teruggaaf niet meer dan € 14 per werknemer. Daarom is er voor de teruggaaf 2009 een eenvoudige regeling getroffen en die regeling geldt ook voor de jaren 2010, 2011 en 2012. U mag zelf kiezen of u de teruggaaf wel of niet verwerkt in de loonadministratie, mits u zich maar aan de spelregels houdt.

Teruggaaf niet verwerken in de loonadministratie
Een teruggaaf van de bijdrage Zvw tot en met € 14 per werknemer per teruggaaf hoeft u niet in de loonadministratie te verwerken en mag u netto doorbetalen aan uw werknemer zonder dat dit gevolgen heeft voor de loonheffingen. Bedraagt de teruggave meer dan € 14, dan bent u verplicht de teruggaaf netto door te betalen aan uw werknemer. Ook die doorbetaling heeft dan geen gevolgen voor de loonheffingen.

Teruggaaf wel verwerken in de loonadministratie
Verwerkt u de teruggaaf wel in de loonadministratie, dan hoeft u dit bedrag niet door te betalen aan uw werknemer. Uw werknemer heeft dat bedrag immers in de loop van het jaar al van u vergoed gekregen. Over de vergoeding Zvw heeft de werknemer nog wel te veel loonheffing betaald. Om dit recht te trekken, boekt u de teruggaaf Zvw als negatief loon voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen (kolom 13 van de loonstaat). Dit moet u doen in het aangiftetijdvak waarin u de terugbetaling van de Belastingdienst ontvangt. U mag dat ook in het eerstvolgende aangiftetijdvak doen als dat in hetzelfde kalenderjaar valt. Betaalt u de teruggaaf toch aan uw werknemer door, dan is dat loon voor alle loonheffingen. De daarover verschuldigde loonheffingen moet u op de normale manier inhouden en afdragen.

Ondernemer BV
4. Btw-heffing bij vrijgestelde ondernemers niet waterdicht
Wanneer u als ondernemer vrijgestelde prestaties levert, betaalt u geen btw over uw omzet en kunt u ook geen btw aftrekken die aan u in rekening wordt gebracht. Door de integratieheffing moet u echter wel btw betalen als u goederen in uw onderneming gebruikt die u zelf heeft gemaakt of als u goederen laat maken en hiervoor materialen beschikbaar stelt. De Hoge Raad twijfelt of de integratieheffing voldoet aan de Europese regels. De kans bestaat dat de btw-heffing voor vrijgestelde ondernemers aangepast wordt.

Integratieheffing in het kort
De integratieheffing heeft als doel concurrentie te voorkomen tussen vrijgestelde ondernemers die zelfgemaakte goederen gebruiken en vrijgestelde ondernemers die dit niet doen. Met name wanneer u als vrijgestelde ondernemer een bedrijfspand laat bouwen op eigen grond, komt de integratieheffing om de hoek kijken.

Integratieheffing in praktijk
Stel, u heeft een stuk grond met een waarde van € 150.000. Door een aannemer laat u hierop een bedrijfspand bouwen voor € 400.000, exclusief € 76.000 btw. In uw bedrijf heeft u alleen vrijgestelde omzet. Door de integratieheffing moet u nu btw betalen, omdat u de grond voor bedrijfsdoeleinden gebruikt. De aan de aannemer verschuldigde btw van € 76.000 mag u volledig aftrekken. Bij ingebruikname van het pand moet u € 104.500 aan btw betalen (€ 150.000 waarde grond + € 400.000 waarde bedrijfspand x 19% btw).

Let op!
Mocht de grond bij oplevering in waarde zijn gestegen, dan moet de btw over deze hogere waarde worden berekend!

Opheffen concurrentievervalsing
Zonder integratieheffing betaalt u € 76.000 btw aan de aannemer die u niet kunt aftrekken als voorbelasting. U bent immers een vrijgestelde ondernemer. Een vrijgestelde ondernemer in een vergelijkbare situatie maar zonder eigen grond, betaalt € 104.500 aan de aannemer. De aannemer berekent in dat geval namelijk btw over het bedrijfspand inclusief de grond. Een verschil dus van € 28.500 (€ 104.500 - € 76.000) tussen u en de andere vrijgestelde ondernemer. Om dit te voorkomen, geldt de integratieheffing van 19% over de waarde van de grond ad € 150.000, oftewel € 28.500.

Twijfels Hoge Raad
De Hoge Raad twijfelt of er wel btw mag worden geheven als een ondernemer een onroerend goed in gebruik neemt voor vrijgestelde doeleinden en hij dit onroerend goed niet zelf heeft vervaardigd, maar heeft laten vervaardigen door een derde (in bovenstaand voorbeeld de aannemer). Bovendien zijn er twijfels of er wel btw kan worden geheven over de waarde van de eigen grond, als in het verleden niet eerder aftrek van btw is genoten voor deze grond.

Alle belastingplichtigen
5. Strengere hypotheekregels per 1 augustus
Banken en verzekeraars voeren met ingang van 1 augustus van dit jaar strengere hypotheekregels in. De nieuwe gedragscode hypotheekfinancieringen heeft niet alleen gevolgen als u een nieuw huis wilt kopen, maar ook als u geld wilt lenen om uw huis te verbouwen. Alle bestaande hypotheekcontracten blijven overigens onaangetast.

Aflossingsvrije deel gemaximeerd
Het aflossingsvrije deel van de hypotheeklening wordt begrensd tot maximaal 50% van de aankoopwaarde van de woning. De rest moet u bijvoorbeeld via een spaarhypotheek financieren. Dit betekent dat u minimaal de hypotheek boven de helft van de waarde van de woning verplicht in dertig jaar moet aflossen.

Andere hoofdbestanddelen van de nieuwe gedragscode zijn:
 De hypotheek mag bij aanschaf van een woning niet meer dan 110% (104% plus 6% overdrachtsbelasting) van de aankoopwaarde bedragen. Ook de hoogte van de rente is van belang voor de maximale lening die u kunt krijgen. Hoe hoger de rente, des te minder u kunt lenen.
 Het wordt moeilijker voor hypotheekverstrekkers om af te wijken van de nieuwe, strengere financieringsnormen.
 Er komt een betere afstemming tussen de hypotheeklening en dat wat u als consumptief krediet opneemt voor bijvoorbeeld een auto of een boot.

Hoogte inkomen telt mee
De lening blijft afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Het Nibud stelt hiervoor normen op. Het zijn dezelfde tabellen die het Nibud jaarlijks opstelt voor de Nationale Hypotheekgarantie (NHG). De mogelijkheden die banken tot nu toe hadden om af te wijken van de inkomensnorm worden hiermee kleiner.

Verbouwingen
Bij elke nieuwe financiering, al dan niet bij dezelfde bank, houden banken rekening met de eerdere financiering voor de hoogte van de verplichte aflossing en opbouw van vermogen. U kunt dus ook met de nieuwe regels worden geconfronteerd als u bijvoorbeeld uw huidige woning wilt verbouwen. Bovendien moet vanaf augustus bij een verbouwing de marktwaarde van de woning na de verbouwing worden vastgesteld door een taxateur.

Starters en eenmanszaken
Startende ondernemers en eenmanszaken (zzp’ers) kunnen rekenen op maatwerk wanneer zij een hypotheek willen nemen. Banken mogen een ruimere hypotheek verschaffen dan de code vereist, maar ze moeten het wel uitleggen aan de Autoriteit Financiële Markten.

Eigenwoningrente
De strengere hypotheekregels staan los van de fiscale regels voor aftrek van de hypotheekrente. De eigenwoningrente is en blijft gewoon aftrekbaar.

Alle belastingplichtigen
6. Fiscale vooruitblik 2012
Het jaar 2012 lijkt nog ver weg, maar daar denkt het kabinet heel anders over. Een aantal plannen voor volgend jaar is namelijk nu al bekend gemaakt. Daarom alvast een vooruitblik op wat u mogelijk kunt verwachten in 2012.

Zelfstandigenaftrek wordt basisaftrek
De zelfstandigenaftrek zal worden omgezet in een vaste basisaftrek van circa € 7.200. Daarboven blijft de mkb-winstvrijstelling gelden.

Renteaftrekbeperking voor overnameholdings
Er komt een aftrekbeperking voor rentelasten bij overnames. Nu kan een overnameholding forse schulden aangaan voor de overname van een vennootschap. Door vervolgens een fiscale eenheid aan te gaan, kan de overnameholding de rentelasten die samenhangen met de overname verrekenen met de winsten van de overgenomen vennootschap. Vanaf 2012 kunnen deze rentelasten alleen nog worden verrekend met 'eigen' winsten van de overnameholding. Overnames van voor 1 januari 2007 worden ontzien. Het deel van de financieringslast dat ten laste van de overgenomen vennootschap komt, is in principe niet aftrekbaar. Maar alleen voor zover de niet-aftrekbare rente de drempel van € 500.000 te boven gaat. Als dat het geval is, wordt vervolgens gekeken of na de overname sprake is van een gezonde financieringsverhouding.

Objectvrijstelling voor vaste inrichtingen
Er komt een objectvrijstelling voor vaste inrichtingen, vergelijkbaar met de deelnemingsvrijstelling voor deelnemingen. De resultaten (positief of negatief) uit een buitenlandse vaste inrichting behoren dan niet langer tot de Nederlandse heffingsgrondslag. Er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor definitieve stakingsverliezen.

Tariefverlaging vennootschapsbelasting
Het tarief voor winst boven de € 200.000 is op dit moment 25%. In 2012 wordt dit percentage verlaagd naar 24.

Kindregelingen in de inkomstenbelasting
Het kabinet is van plan om in 2012 de kindertoeslag in box 3 en de ouderschapsverlofkorting te schrappen. Daarnaast zal de aftrek van de kosten voor levensonderhoud van kinderen vanaf 2012 in fases worden afschaft.

Maatregelen kindgebonden budget
Het kindgebonden budget is een tegemoetkoming in de kosten voor kinderen voor ouders met een laag inkomen. Ook binnen deze regeling is een aantal bezuinigingen te verwachten. Zo wordt het kindgebonden budget in 2012 beperkt tot twee kinderen.

Maatregelen op zorguitgaven
Het kabinet neemt ook maatregelen om zorguitgaven te beperken. Zo worden fysiotherapiebehandelingen vanaf 2012 pas vergoed bij meer dan twintig behandelingen per aandoening. Het stoppen-met-rokenprogramma en dieetadvisering gaan uit het basispakket. Dat geldt ook voor maagzuurremmers, maar voor chronisch zieken wordt een uitzondering gemaakt. Tot slot zijn er ook bezuinigingen aangekondigd op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg.

Ondernemer
7. Bedrijfsopvolgingsregeling, ook als echtgeno(o)t(e) ondernemer overlijdt
Om het voortbestaan van een onderneming niet in gevaar te brengen, kent de Successiewet de bedrijfsopvolgingsregeling. Kort gezegd komt de regeling erop neer dat degene die ondernemingsvermogen erft of geschonken krijgt – onder voorwaarden – geen erf- of schenkbelasting hoeft te betalen. Eén van de voorwaarden is dat het ondernemingsvermogen moet worden verkregen van een ondernemer. Maar wat nu als niet de ondernemer overlijdt, maar zijn of haar echtgeno(o)t(e)?

Overleden echtgeno(o)t(e) is geen ondernemer
Hans en Karin zijn getrouwd in gemeenschap van goederen en hebben twee kinderen. Hans heeft een eenmanszaak en Karin werkt parttime in dienstverband. Zij hebben nooit een testament op laten maken. Dan overlijdt Karin plotseling. Onderneming valt in huwelijksgoederengemeenschap De onderneming hoort volgens het civiele recht tot de huwelijksgoederengemeenschap. Dat betekent dat de helft van de onderneming van Hans is en blijft en dat de andere helft van de onderneming tot de nalatenschap van Karin behoort. Deze onverdeelde helft wordt toegedeeld aan Hans. Zijn kinderen krijgen een onderbedelingsvordering op hem.

Liever geen erfbelasting
Karin was geen onderneemster, dus volgens de letter van de wet zou Hans nu geen gebruik kunnen maken van de bedrijfsopvolgingsregeling. Het kan dus zomaar zijn dat Hans erfbelasting moet betalen over een gedeelte van de waarde van zijn eigen onderneming. Omdat dit onredelijk zou zijn, kan Hans toch kiezen voor de bedrijfsopvolgingsregeling. Er moet dan wel worden voldaan aan de overige voorwaarden van de regeling.

Voorwaarden bedrijfsopvolgingsregeling
Zo moet Hans al minimaal één jaar voor het overlijden van Karin eigenaar (ondernemer) zijn van zijn eenmanszaak. Zijn onderneming moet hij na het overlijden van Karin nog minimaal vijf jaar voortzetten.

Uitstel voor de onderbedelingsvordering
Uit het voorbeeld blijkt dat de kinderen een onderbedelingsvordering hebben op Hans, omdat het ondernemingsvermogen aan hem is toegedeeld. Zij moeten hierover erfbelasting betalen, maar kunnen maximaal tien jaar uitstel van betaling krijgen. Wanneer zij de erfbelasting uiteindelijk betalen, is er wel ook invorderingsrente verschuldigd.

Werkgever Ondernemer
8. Fiscale subsidie bij innovatie!
Het aantal bedrijven dat gebruikmaakt van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) neemt fors toe. De WBSO is dé fiscale stimuleringsregeling voor innovatie. Misschien ook een kans voor u om fors minder loonheffing af te dragen!

Met de WBSO kunt u de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk binnen uw bedrijf verlagen. Het is een fiscale subsidie waarmee u de afdracht van loonheffing over de loonkosten vermindert. Het budget dat de overheid beschikbaar stelt is ruim: voor 2011 € 810 mln.

WBSO ook voor zelfstandige
Ook als zelfstandig ondernemer kunt u gebruikmaken van de WBSO. U moet dan wel 500 uren of meer per jaar in S&O-werk steken.

Welke projecten komen in aanmerking?
Onder de WBSO vallen vier verschillende type projecten:
 ontwikkeling van (onderdelen van) producten, processen of programmatuur;
 technisch-wetenschappelijk onderzoek;
 analyse van de technische haalbaarheid van eigen S&O en
 technisch onderzoek naar verbetering van uw fysieke productieproces of de door u gebruikte programmatuur.

U kunt maximaal drie keer per jaar een aanvraag indienen en de periode van de aanvraag is ten minste drie maanden en ten hoogste zes maanden. Bent u zelfstandig ondernemer, dan geldt dit maximum niet. U kunt tot uiterlijk 30 september 2011 een aanvraag indienen. Iedere aanvraag moet uiterlijk één volledige kalendermaand voordat de projectperiode begint, zijn ingediend.

Wat levert het op?
Voor werkgevers biedt de WBSO in 2011 een vermindering op de totaal af te dragen loonheffing (dus alle S&O-medewerkers bij elkaar). De zogeheten S&O-afdrachtvermindering bedraagt in 2011 50% van de eerste € 220.000 van het totale S&O-loon en 18% van het resterende S&O-loon. Er geldt een maximum voor de S&O-afdrachtvermindering van € 14 mln per kalenderjaar. De S&O-aftrek voor zelfstandigen bedraagt in 2011 € 12.104.

Extra budget voor startende ondernemingen
Werkgevers die als starter worden aangemerkt, krijgen een S&O-afdrachtvermindering van 64% in plaats van 50% over de eerste € 220.000 van het totale S&O-loon. Zelfstandigen die starten, krijgen een extra S&O-aftrek van € 6.054.

S&O-administratie
U bent verplicht om een S&O-administratie bij te houden van de uitvoering van de projecten. Uit deze administratie moet blijken welke S&O-werkzaamheden zijn verricht en hoeveel tijd daaraan is besteed. Agentschap NL voert de regeling uit namens het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Alle informatie over de WBSO vindt u terug op de website www.agentschapnl.nl/wbso. Download hier de pdf