Tips en Advies

13-12 ST Nieuwsbrief 2017 deel 10
15-11 ST Nieuwsbrief 2017 deel 9
08-11 ST Special Eindejaarstips 2017
24-10 ST Nieuwsbrief 2017 deel 8
12-10 ST Special Regeerakkoord 2017
21-09 ST Special Miljoenennota 2018
13-07 ST Nieuwsbrief 2017 deel 7
21-06 ST Nieuwsbrief 2017 deel 6
18-05 ST Nieuwsbrief 2017 deel 5
12-04 ST Nieuwsbrief 2017 deel 4
12-04 ST Nieuwsbrief 2017 deel 3
15-03 ST Nieuwsbrief 2017 deel 2
24-01 ST Nieuwsbrief 2017 deel 1
11-01 ST Special Lonen 2017
15-12 ST Nieuwsbrief 2016 deel 10
22-11 ST Nieuwsbrief 2016 deel 9
15-11 ST Special Eindejaarstips 2016
20-10 ST Nieuwsbrief 2016 deel 8
22-09 ST Nieuwsbrief Miljoenennota 2017
14-07 ST Nieuwsbrief 2016 deel 7
21-06 ST Nieuwsbrief 2016 deel 6
19-05 ST Nieuwsbrief 2016 deel 5
14-04 ST Nieuwsbrief 2016 deel 4
23-03 ST Nieuwsbrief 2016 deel 3
24-02 ST Nieuwsbrief 2016 deel 2
26-01 ST Nieuwsbrief 2016 deel 1
12-01 ST Special lonen 2016
17-12 ST Nieuwsbrief 2015 deel 10
25-11 ST Nieuwsbrief 2015 deel 9
12-11 ST Special Eindejaarstips 2015
29-10 ST Nieuwsbrief 2015 deel 8
15-10 ST Nieuwsbrief 2015 deel 7
23-09 ST Nieuwsbrief Miljoenennota 2016
30-06 ST Nieuwsbrief 2015 deel 6
26-05 ST Nieuwsbrief 2015 deel 5
28-04 ST Nieuwsbrief 2015 deel 4
25-03 ST Nieuwsbrief 2015 deel 3
26-02 ST Nieuwsbrief 2015 deel 2
28-01 ST Nieuwsbrief 2015 deel 1
22-01 ST Special Lonen 2015
03-12 ST Special Eindejaarstips 2014
30-10 ST Nieuwsbrief 2014 deel 8
16-09 ST Nieuwsbrief 2014 deel 7
31-07 Werkkostenregeling
24-07 Zonnepanelen op uw woning
24-07 Uw positie als DGA
01-07 ST Nieuwsbrief 2014 deel 6
26-06 ST Nieuwsbrief 2014 deel 5
29-04 ST Nieuwsbrief 2014 deel 4
03-04 ST Nieuwsbrief 2014 deel 3
13-03 Succesvol financieren
13-03 Auto en fiscus 2014
13-03 ST Nieuwsbrief 2014 deel 2
07-02 ST Special lonen 2014
05-02 ST Nieuwsbrief 2014 deel 1
05-12 Update ST Special Oudejaarstips 2013
07-11 ST Special Oudejaarstips 2013
17-10 ST Nieuwsbrief 2013 deel 8
24-09 ST Nieuwsbrief Miljoenennota 2014
17-09 ST Nieuwsbrief 2013 deel 7
02-07 ST Nieuwsbrief 2013 deel 6
30-05 ST Nieuwsbrief 2013 deel 5
25-04 ST Nieuwsbrief 2013 deel 4
28-03 ST Nieuwsbrief 2013 deel 3
21-02 ST Nieuwsbrief 2013 deel 2
09-01 ST Special lonen 2013
07-02 ST Nieuwsbrief 2013 deel 1
10-12 Wet Uniformering Loonbegrip
09-01 ST Nieuwsbrief Belastingplan 2013
19-11 ST Eindejaarstips 2012
09-01 ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2012, II
09-01 ST Tips 4e kwartaal 2012, II
09-01 ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2012, I
09-01 ST Tips 4e kwartaal 2012, I
28-06 ST Nieuwsbrief 3e kwartaal 2012
28-06 ST Tips 3e kw 2012
16-05 ST Nieuwsbrief 2e kwartaal 2012
16-05 ST Tips 2e kwartaal 2012
07-02 ST Nieuwsbrief 1e kwartaal 2012
07-02 ST Tips 1e kwartaal 2012
31-01 ST Special Lonen 2012
02-11 ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2011
02-11 ST Tips 4e kwartaal 2011
14-07 ST Nieuwsbrief 3e kwartaal 2011
23-03 ST Tips 3e kwartaal 2011

ST Nieuwsbrief 2e kwartaal 2012

1.         Zeven tips om een faillissement te voorkomen

ondernemer bv

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat maar liefst de helft van de mkb-bedrijven bij tegenvallers failliet kan gaan. Veel ondernemers wijten hun financiële problemen aan externe oorzaken. Toch zijn de oorzaken van een dreigend bankroet vaak te vinden binnen het bedrijf zelf. Hoe kunt u financiële problemen herkennen en welke stappen kunt u nemen om een faillissement te voorkomen? Met zeven tips helpen wij u alvast op weg.

1.         Houd uw administratie op orde

Een juiste administratie is essentieel om uw bedrijf goed te kunnen leiden en sturen. Een administratie op maandbasis en een dagelijks geactualiseerde debiteurenstand geeft zicht op de cashflow van uw bedrijf. Wat verwacht u aan ontvangsten en wat zijn de verwachte uitgaven? Stel een liquiditeitsprognose op en u krijgt antwoord op deze vragen. Zo weet u meteen in welke perioden u een kasoverschot heeft en in welke perioden er een kastekort ontstaat.

2.         Leg het ondernemingsplan onder een vergrootglas

Vaart de onderneming nog wel de juiste koers met een plan dat is opgesteld onder andere marktomstandigheden? Is uw businessmodel nog juist? Antwoord op deze vragen kan leiden tot andere investeringen of bijstelling van de organisatiestructuur, product-marktcombinatie, huisvesting en van het personeelsbestand.

3.         Voorkom onbetaalde rekeningen

Pas op met slecht betalende klanten of andere vorderingen. Start tijdig met invorderingsmaatregelen om de termijn tussen het versturen van de rekening en het eventueel inschakelen van een incassobureau zo kort mogelijk te houden. Een alternatief of aanvullende maatregel is een kredietverzekering om zeker te zijn van (een deel van) de betaling. Wees overigens selectief met vooruitbetalingen aan leveranciers. Wanneer zij failliet gaan, bent u uw geld kwijt.

4.         Ga met een stofkam door uw kosten

Er zijn altijd zaken te vinden binnen uw bedrijf waarvoor u betaalt maar waar u uiteindelijk niets mee doet. Het kan gaan om iets kleins, een abonnement op een tijdschrift, maar ook om grotere kostenposten. Een kostenanalyse betaalt zich altijd terug!

5.         Eén bv is geen bv

Een speciaal advies voor de bv-eigenaren: zorg dat uw waardevolle bezittingen, zoals vastgoed of duurzame productiemiddelen, zijn afgescheiden van de risicovolle activiteiten van de onderneming. Gaat de onderneming failliet, dan blijven de duurzame bezittingen die in een andere bv zijn ondergebracht in beginsel buiten het faillissement.

6.         Zet geld opzij…

…om de Belastingdienst te kunnen betalen. Zorg er ook voor dat u privé geen achterstand heeft in de betalingen van belastingen, hypotheek, gas/water/licht, ziektekostenverzekering enzovoort.

7.         Zoek een gesprekspartner van buiten

Klankborden met een van onze adviseurs of een ervaren oud-ondernemer kan u ondersteunen in het nemen van belangrijke beslissingen.

 

2.         Het is crisis, wat doen de pensioenen?

WERKGEVER  werknemer

De laatste tijd zijn de pensioenfondsen niet meer uit de actualiteit weg te denken. Elke dag staat er wel een bericht in de krant over kortingspercentages, dekkingsgraden of bijstortingen. Wat zijn de gevolgen voor de werknemerspensioenen?

Dalende aandelenkoersen en de lage marktrente hebben de dekking van de fondsen geen goed gedaan. De Nederlandsche Bank heeft de pensioenfondsen opdracht gegeven om alles in het werk te stellen om het dekkingstekort weg te werken. Zij moeten hiervoor herstelplannen schrijven waarin zij aangeven hoe zij op korte termijn weer het minimumvereiste aan eigen vermogen kunnen bereiken.

Bijstortingsverplichting

Een van de middelen om uit deze onderdekking te raken, is de bijstortingsverplichting van de werkgever. Deze bijstortingsverplichting bestaat alleen voor ondernemingspensioenfondsen en niet voor bedrijfstakpensioenfondsen. Afhankelijk van de financieringsovereenkomst kan het fonds de werkgever aanspreken op de toegenomen pensioenlasten en vragen om aanvullende premiebedragen te voldoen. Andere opties zijn het verhogen van de pensioenpremies of het bevriezen van de uitkering.

Pas als het pensioenfonds alle middelen heeft benut om het dekkingstekort tegen te gaan, mag het fonds gaan korten op de pensioenuitkeringen. Dit wordt ook wel afstempelen genoemd.

Verzekeraars

Ook werknemerspensioenen die bij verzekeringsmaatschappijen zijn ondergebracht, hebben last van de financiële crisis. Verzekeraars beleggen de premies immers in aandelen en ondervinden net als de pensioenfondsen hinder van de lage rente. De gevolgen zijn afhankelijk van wat de werkgever met de verzekeraar heeft afgesproken en in welke regeling iemands pensioen valt: een middelloon-, eindloon- of beschikbarepremieregeling.

Laatste stand van zaken

In februari 2012 heeft de Nederlandsche Bank bekendgemaakt dat 103 fondsen gaan korten op de pensioenen. De voorgenomen korting is noodzakelijk om de pensioenfondsen in 2013 de gelegenheid te geven hun dekkingsgraad op peil te krijgen. Gemiddeld komt de korting uit op 2,3% maar 34 fondsen hebben aangegeven meer dan 7% te gaan korten. De meeste fondsen die moeten korten, doen dat per 1 april volgend jaar. Acht fondsen zijn al vanaf 1 april dit jaar overgegaan op een korting van gemiddeld 6,8%. De Nederlandsche Bank mag de namen van de fondsen die gaan korten niet bekend maken, maar de Pensioenfederatie heeft een lijst openbaar gemaakt op haar website: www.pensioenfederatie.nl

 

3.         Fiscale gevolgen van een echtscheiding

alle belastingplichtigen

Maar liefst één op de drie huwelijken eindigt in een echtscheiding. Vaak zijn niet alleen de emotionele maar ook financiële en fiscale gevolgen groot. In dit artikel leest u meer over enkele fiscale consequenties.

Einde fiscaal partnerschap

Bij een echtscheiding eindigt het fiscaal partnerschap op het moment dat u niet meer samen op hetzelfde woonadres staat ingeschreven en het verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend bij de Rechtbank. Zolang u niet voldoet aan beide voorwaarden, blijft u voor de Belastingdienst fiscaal partner.

Let op:

Voor de toeslagen eindigt het partnerschap al op het moment dat u duurzaam gescheiden leeft. U staat dan niet meer op hetzelfde woonadres ingeschreven en u bent niet van plan om in de toekomst weer te gaan samenleven.

Alimentatie

Moet u partneralimentatie betalen, dan is deze bij u aftrekbaar in de inkomstenbelasting. Uw ex-echtgeno(o)t(e) betaalt belasting over de ontvangen bedragen aan alimentatie. Kinderalimentatie is niet aftrekbaar bij de betalende ouder en niet belast bij de ontvangende ouder. Mogelijk heeft u als betalende ouder wel recht op een forfaitaire aftrek voor kosten van levensonderhoud van kinderen. Dat kan alleen als u voor het kind geen kinderbijslag krijgt en het kind zelf geen recht heeft op studiefinanciering.

Let op:

Het kabinet wil de aftrek levensonderhoud kinderen op termijn afschaffen. Ook zijn er plannen om de partneralimentatie te defiscaliseren. De verplichting valt dan buiten de inkomstenbelasting. Alimentatie is dan niet langer aftrekbaar bij de betaler en niet langer belast bij de ontvanger. Het is verstandig om bij het opstellen van het echtscheidingsconvenant nu al met deze onderzekerheden rekening te houden.

Eigenwoningregeling

Zodra u of uw partner de eigen woning verlaat, heeft dit gevolgen voor de eigenwoningregeling. Fiscaal gezien wordt de woning voor de vertrekkende partner vanaf dat moment nog maximaal twee jaar lang als eigen woning aangemerkt (scheidingsregeling). Wie van beiden in die periode het eigenwoningforfait en de aftrekbare hypotheekrente moet aangeven, hangt af van de juridische eigendoms- en schuldverhouding. Na twee jaar stopt de eigenwoningregeling voor de vertrekkende partner. Zijn/haar aandeel in de eigen woning en in de schuld verhuist naar box 3. De hypotheekrente is dan niet langer aftrekbaar.

Let op:

Na het verstrijken van de tweejaarsperiode krijgt de vertrekkende partner mogelijk te maken met de bijleenregeling. Datzelfde geldt als de echtscheiding binnen twee jaar is afgerond en de woning wordt toebedeeld aan een van beiden. De partner die de woning niet overneemt, realiseert dan een eigenwoningreserve.

 

4.         Extra voordeel voor de gulle werkgever

ondernemer bv alle belastingplichtigen

Nederlanders zijn van nature gulle gevers. Wij doneren aan goede doelen, geven geld bij een collecte aan de deur en dragen ons steentje bij op giro 555 voor een rampenactie op tv. Om het geefgedrag te stimuleren, is de giftenaftrek dit jaar verruimd.

Schenken aan een goed doel

Het is nu nog aantrekkelijker geworden om geld te doneren aan een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Op de site van de Belastingdienst kunt u onder het kopje rekenhulpen controleren of de instelling waaraan u doneert, is aangemerkt als een ANBI. Uw giften zijn fiscaal aftrekbaar in de inkomstenbelasting maar er geldt een drempel en een plafond. Voor giften die niet in de vorm van periodieke uitkeringen zijn gedaan, is de drempel € 60 of, als dat meer is, 1% van het verzamelinkomen (vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek). Tevens geldt een maximum van 10% van het verzamelinkomen. Partners moeten hun verzamelinkomens samenvoegen.

Doneert u geld aan een ANBI die is aangemerkt als culturele instelling, dan levert u dit fiscaal extra voordeel op. Vanaf 2012 mag u deze gift voor de giftenaftrek in aanmerking nemen voor 1,25 keer het bedrag van de gedane gift (tot maximaal € 5.000). Voor deze verhoging geldt dus een maximum van € 1.250. Ook eenmalige giften aan een steunstichting sociaal belang behartigende instelling (SBBI) zijn onder voorwaarden aftrekbaar in de inkomstenbelasting. Voorbeelden van SBBI's zijn muziek- en sportverenigingen. De voorwaarden zijn op dit moment nog niet definitief bekend.

Let op:

De giftenaftrek kent vanaf 2012 ook een aanscherping. Als u een herroepelijke gift daadwerkelijk herroept, dan moet u deze weer bij het inkomen optellen als u voor deze gift eerder giftenaftrek heeft genoten.

Schenken vanuit uw bv

Voor uw bv is het ook aantrekkelijker om geld te doneren aan een ANBI. De drempel van € 227 voor giftenaftrek in de vennootschapsbelasting is vervallen. Het totaalbedrag aan giften mag in plaats van 10% nu maximaal 50% van de winst bedragen. Het maximum is € 100.000.

Een gift aan een ANBI die is aangemerkt als een culturele instelling mag u in aanmerking nemen voor 1,5 keer het bedrag van de gedane gift. Voor deze verhoging geldt een maximum van € 2.500.

Vrijwilligersvergoeding soms ook aftrekbaar

Zet u zich als vrijwilliger in voor een goede doelen organisatie en ziet u af van een vergoeding, dan kan er sprake zijn van een fiscaal aftrekbare gift. Dit is het geval als:

  • de organisatie door de Belastingdienst is aangewezen als een ANBI;
  • de organisatie een verklaring heeft afgegeven dat u zich heeft ingezet als vrijwilliger;
  • u aanspraak kunt maken op de in de verklaring genoemde vrijwilligersvergoeding;
  • de organisatie bereid en in staat is om de vergoeding aan u uit te betalen;
  • u in alle vrijheid over de vergoeding kunt beschikken maar hier vrijwillig van afziet en de vergoeding aan de organisatie schenkt.

 

5.         Voorkom verdamping van uw bedrijfsverliezen

ondernemer bv

Uw bedrijfsverliezen zijn niet onbeperkt verrekenbaar met uw bedrijfswinsten en dat betekent dat u mogelijk tegen een verdamping van het verlies oploopt. Er is een aantal mogelijkheden om verliesverdamping te voorkomen en mits u zich gedraagt als een 'goed koopman', is hier niets op tegen.

Het verrekenen van verliezen

Wanneer uw bedrijf verlies maakt, dan kunt u dit verlies in de vennootschapsbelasting verrekenen met de belastbare winst uit het voorgaande jaar (carry-back) of met de winsten van de komende negen jaar (carry-forward). De afgelopen jaren kon u er tijdelijk voor kiezen om uw verlies te verrekenen met winsten van de afgelopen drie jaar en met die van de komende zes jaar. Deze tijdelijke verruiming is vanaf dit jaar niet meer mogelijk.

Let op:

Bent u ondernemer in de inkomstenbelasting, dan is het verlies uit onderneming een onderdeel van het inkomen uit werk en woning, oftewel box 1. Een verlies in deze box kunt u verrekenen met positieve inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren.

Verlies is dus niet onbeperkt verrekenbaar, zeker niet na een aantal jaren met tegenvallende bedrijfsresultaten. Er is een aantal mogelijkheden om dit te voorkomen.

1.         Kiezen voor een ander waarderingsstelsel

U kunt kiezen voor een ander waarderingsstelsel, bijvoorbeeld overstappen van het ijzerenvoorraadstelsel naar een waardering van de voorraden op kostprijs of lagere marktwaarde. Dit is toegestaan, mits:

  • de stelselwijziging in overeenstemming is met goed koopmansgebruik;
  • dit in de toekomst bestendig wordt toegepast;
  • niet bedoeld is om een incidenteel fiscaal voordeel te behalen.

Een stelselwijziging om zo verliesverdamping te voorkomen, is dus geen probleem als u bovenstaande punten in acht neemt en het gaat om eigen verliezen van de onderneming.

2.         Verkoop van onroerend goed of bedrijfsmiddelen

Door bedrijfsmiddelen of onroerend goed te verkopen, behaalt u mogelijk belaste (boek)winst die u kunt gebruiken om de nog openstaande verliezen te verrekenen. Ook een eventuele sale-and-lease backconstructie is geen probleem, mits dit onder economische voorwaarden gebeurt.

3.         Herwaardering van bedrijfsmiddelen

Bedrijfsmiddelen moeten normaal gesproken worden gewaardeerd op kostprijs minus afschrijving of op de lagere bedrijfswaarde. Stel dat de bedrijfswaarde nu gestegen is, dan mag u de waarde van het bedrijfsmiddel opwaarderen. Dit blijft wel beperkt tot de oorspronkelijke kostprijs minus de afschrijvingen. Verdere opwaardering is namelijk niet in overeenstemming met goed koopmansgebruik. Dat geldt ook voor een incidentele herwaardering van een of meer bedrijfsmiddelen om verliesverdamping te voorkomen.

Tip:

Heeft u vóór 2007 gebruikgemaakt van de willekeurige afschrijving op bijvoorbeeld milieu-investeringen, dan kunt u onder bepaalde voorwaarden dit bedrijfsmiddel herwaarderen. Dat komt omdat in het verleden verliezen nog onbeperkt voorwaarts verrekenbaar waren en door willekeurig af te schrijven, verdampt het verlies in uw geval mogelijk eerder. Wilt u meer weten, neem dan contact met ons op.

 

6.         Nieuwe btw-factureringsregels vanaf 2013

ondernemer bv

De factureringsregels in de Wet op de omzetbelasting worden eenvoudiger, moderner en harmonieuzer. Vanaf 1 januari 2013 gaan er nieuwe regels gelden voor de hele Europese Unie. Het goede nieuws is dat u als Nederlandse ondernemer de regels al (deels) toepast. De belangrijkste veranderingen hebben we voor u op een rij gezet.

Elektronisch factureren nog makkelijker

Met ingang van volgend jaar wordt het elektronisch factureren makkelijker voor alle ondernemers in de Europese lidstaten. Als ondernemer verstuurt u misschien nu al voor binnenlandse transacties een

e-factuur. Straks zijn alle ondernemers in de EU vrij in de keuze van de (digitale) technologie. Wel moeten zij bij deze keuze garanderen dat de factuur origineel, betrouwbaar, leesbaar en niet te vervalsen is.

Eenvoudige facturen

Vanaf 2013 mag u een eenvoudige factuur uitschrijven voor bedragen tot en met € 100 of als het gaat om een aanvullend document op een oorspronkelijke factuur, zoals creditnota's. De vereenvoudiging betekent dat er minder gegevens op de factuur hoeven te staan. Dit kan echter niet in alle situaties. Bij grensoverschrijdende afstandsverkopen, bij intracommunautaire leveringen tegen het nultarief en als uw diensten belast zijn in een andere lidstaat dan waar uzelf bent gevestigd, moet u altijd een volledige factuur uitreiken. U moet ook een volledige factuur uitreiken voor bedragen boven € 100. Een volledige factuur bevat, net als nu, alle standaardgegevens, zoals datum, naam van de onderneming, btw-identificatienummer, vergoeding en btw-bedrag.

Extra gegevens op de factuur

In sommige gevallen bent u verplicht om extra gegevens op de factuur te vermelden. Wanneer u als afnemer de factuur uitschrijft, het zogeheten self-billing, dan bent u verplicht om de tekst ‘factuur uitgereikt door afnemer’ te vermelden. Hetzelfde geldt als de btw is verlegd, maar dan met de tekst ‘btw verlegd’. Ook bijzondere btw-regelingen, zoals de marge- en reisbureauregeling, moeten verplicht vermeld worden op de factuur.

Over de grens

Doet u als ondernemer zaken over de grens, dan moet u in principe een factuur uitreiken die voldoet aan de eisen van de lidstaat waar uw goederenlevering of uw dienst belast is. Als de btw-schuld is verlegd naar de afnemer, dan mag u straks de factureringsregels van Nederland toepassen. Hetzelfde geldt als de levering of dienst volgens de Europese btw-regels is belast buiten de EU.

 

7.         Lening aan de bv? Houd het zakelijk!

            DGA

Het komt regelmatig voor dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) geld leent aan zijn bv. Is de lening onder zakelijke voorwaarden aangegaan, dan is de rente die de bv betaalt aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. De rente die u ontvangt, is progressief belast in box 1 onder de terbeschikkingstellingregeling. Als de bv niet langer in staat is om de lening af te lossen, dan mag u in diezelfde box een afwaarderingsverlies in aanmerking nemen. Maar wat is nu precies zakelijk?

Zakelijke voorwaarden

Wanneer een lening keurig volgens de fiscale spelregels is opgesteld, is er een schriftelijke overeenkomst tussen u en uw bv. In deze overeenkomst zijn een aflossingsschema en een reëel rentepercentage opgenomen. Bovendien zijn er reële zekerheden gesteld. Om te beoordelen of een lening zakelijk is, moet u zichzelf afvragen of ook een onafhankelijke derde een dergelijke leningsovereenkomst met uw bv zou zijn aangegaan.

Wat nu als de lening niet aan al deze voorwaarden voldoet? Het rentepercentage is bijvoorbeeld te laag, u heeft geen zekerheden bedongen of er is schriftelijk geen aflossingsschema opgesteld. Dan wil dit nog niet automatisch zeggen dat hier sprake is van een ‘onzakelijke’ lening.

Onzakelijke rente

Heeft u een te lage of geen rente afgesproken, dan moet voor de fiscale winstberekening toch worden uitgegaan van een zakelijke rente. Deze rente is bij u belast in box 1 en bij de bv aftrekbaar. Als een zakelijke rente niet kan worden bepaald (omdat een onafhankelijke derde nooit bereid zou zijn geweest een dergelijke lening onder dezelfde voorwaarden te verstrekken), dan wordt verondersteld dat u een debiteurenrisico bent aangegaan dat een derde niet zou hebben genomen. In dat geval is de hogere zakelijke rente nog steeds belast bij u, maar kunt u een eventueel afwaarderingsverlies niet in box 1 in aanmerking nemen.

Afwaarderingsverlies wel of niet aftrekbaar?

Een onzakelijke rente betekent dus niet per definitie dat een lening ook onzakelijk is. Zo besliste de Hoge Raad onlangs dat een dga toch een afwaarderingsverlies in aanmerking mocht nemen, ondanks dat geen zekerheden waren gesteld en geen aflossingsschema was opgesteld. Belangrijk is het moment waarop de lening is aangegaan. De dga kon aantonen dat er op dat moment voldoende zekerheid was dat de bv de lening in de toekomst zou kunnen aflossen. De inspecteur kon niet aantonen dat de dga een debiteurenrisico was aangegaan dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Het gevolg was dat het afwaarderingsverlies wel aftrekbaar was in box 1.

8.         Financiering in crisistijd

ondernemer bv

Het is nog steeds lastig als ondernemer of bv om geld te lenen bij een bank. Door de aanhoudende crisis zijn banken nog altijd terughoudend met het verstrekken van krediet. Aan de andere kant komen er op de markt steeds nieuwe kredietverschaffers bij. Welke alternatieven heeft u?

Nieuw: crowdfunding

Crowdfunding is een manier om online start- en groeikapitaal op te halen. Investeerders en belangstellenden kunnen ondernemingsplannen ondersteunen met financiering van diverse bedragen. Hoewel deze financieringsvorm nog in de kinderschoenen staat, toonde zelfs minister De Jager van Financiën zich onlangs een voorstander: “Crowdfunding heeft de potentie om een nuttige aanvulling te worden op het beschikbare palet aan financieringsmogelijkheden”.

Crowdfunding, funding by the crowd, betekent online fondsen werven bij heel veel kleine partijen en is bij uitstek een financieringsmethode die via internet loopt. De contracten die ondernemers met hun financierders afspreken, verschillen: het kan gaan om een simpele lening, maar ook om aandelenuitgiften en deling in de winst.

Voor- en nadelen

Een vaak genoemd voordeel van crowdfunding is dat enthousiaste investeerders ambassadeur worden van uw ondernemingsplan. Bovendien is het een manier om de levensvatbaarheid van een nieuw product of innovatieve dienst te testen in de markt, een soort goedkope manier van marktverkenning.

Een nadeel is echter dat deze financieringsvorm nog erg jong is. Er is dus weinig ervaring mee opgedaan. Om crowdfunding tot een succes te maken, moet de onderneming een sociale instelling hebben. U moet immers veel kleine, particuliere investeerders enthousiast weten te maken via onder meer social media.

Andere financieringsmethoden

Uiteraard zijn er nog diverse andere alternatieve financieringsmogelijkheden. De vier belangrijkste zijn:

  1. Participatiemaatschappijen. Een participatiebedrijf neemt deel in het eigen vermogen van uw bv en kan ook achtergestelde leningen verstrekken. U moet er rekening mee houden dat een dergelijke partij een actieve aandeelhouder is, die zich ook zal bezighouden met de gang van zaken binnen uw bv.
  2. Subsidies. Subsidies zijn uiteraard geen officiële vorm van ondernemingsfinanciering, maar kunnen u helpen om investeringen van de grond te krijgen. Er zijn ruim 300 soorten subsidies die speciaal op mkb-ondernemers gericht zijn.
  3. Overheidsgaranties. De overheid kent een aantal garantieregelingen om ervoor te zorgen dat gezonde bedrijven voldoende toegang hebben en houden tot de kapitaalmarkt.
  4. Lenen van familie. Als beginnende ondernemer is het extra moeilijk om een financiering te krijgen. Lenen van familie kan dan uitkomst bieden. Voor het familielid zelf is er een aantal fiscale faciliteiten.
Download hier de pdf