Tips en Advies

13-12 ST Nieuwsbrief 2017 deel 10
15-11 ST Nieuwsbrief 2017 deel 9
08-11 ST Special Eindejaarstips 2017
24-10 ST Nieuwsbrief 2017 deel 8
12-10 ST Special Regeerakkoord 2017
21-09 ST Special Miljoenennota 2018
13-07 ST Nieuwsbrief 2017 deel 7
21-06 ST Nieuwsbrief 2017 deel 6
18-05 ST Nieuwsbrief 2017 deel 5
12-04 ST Nieuwsbrief 2017 deel 4
12-04 ST Nieuwsbrief 2017 deel 3
15-03 ST Nieuwsbrief 2017 deel 2
24-01 ST Nieuwsbrief 2017 deel 1
11-01 ST Special Lonen 2017
15-12 ST Nieuwsbrief 2016 deel 10
22-11 ST Nieuwsbrief 2016 deel 9
15-11 ST Special Eindejaarstips 2016
20-10 ST Nieuwsbrief 2016 deel 8
22-09 ST Nieuwsbrief Miljoenennota 2017
14-07 ST Nieuwsbrief 2016 deel 7
21-06 ST Nieuwsbrief 2016 deel 6
19-05 ST Nieuwsbrief 2016 deel 5
14-04 ST Nieuwsbrief 2016 deel 4
23-03 ST Nieuwsbrief 2016 deel 3
24-02 ST Nieuwsbrief 2016 deel 2
26-01 ST Nieuwsbrief 2016 deel 1
12-01 ST Special lonen 2016
17-12 ST Nieuwsbrief 2015 deel 10
25-11 ST Nieuwsbrief 2015 deel 9
12-11 ST Special Eindejaarstips 2015
29-10 ST Nieuwsbrief 2015 deel 8
15-10 ST Nieuwsbrief 2015 deel 7
23-09 ST Nieuwsbrief Miljoenennota 2016
30-06 ST Nieuwsbrief 2015 deel 6
26-05 ST Nieuwsbrief 2015 deel 5
28-04 ST Nieuwsbrief 2015 deel 4
25-03 ST Nieuwsbrief 2015 deel 3
26-02 ST Nieuwsbrief 2015 deel 2
28-01 ST Nieuwsbrief 2015 deel 1
22-01 ST Special Lonen 2015
03-12 ST Special Eindejaarstips 2014
30-10 ST Nieuwsbrief 2014 deel 8
16-09 ST Nieuwsbrief 2014 deel 7
31-07 Werkkostenregeling
24-07 Zonnepanelen op uw woning
24-07 Uw positie als DGA
01-07 ST Nieuwsbrief 2014 deel 6
26-06 ST Nieuwsbrief 2014 deel 5
29-04 ST Nieuwsbrief 2014 deel 4
03-04 ST Nieuwsbrief 2014 deel 3
13-03 Succesvol financieren
13-03 Auto en fiscus 2014
13-03 ST Nieuwsbrief 2014 deel 2
07-02 ST Special lonen 2014
05-02 ST Nieuwsbrief 2014 deel 1
05-12 Update ST Special Oudejaarstips 2013
07-11 ST Special Oudejaarstips 2013
17-10 ST Nieuwsbrief 2013 deel 8
24-09 ST Nieuwsbrief Miljoenennota 2014
17-09 ST Nieuwsbrief 2013 deel 7
02-07 ST Nieuwsbrief 2013 deel 6
30-05 ST Nieuwsbrief 2013 deel 5
25-04 ST Nieuwsbrief 2013 deel 4
28-03 ST Nieuwsbrief 2013 deel 3
21-02 ST Nieuwsbrief 2013 deel 2
09-01 ST Special lonen 2013
07-02 ST Nieuwsbrief 2013 deel 1
10-12 Wet Uniformering Loonbegrip
09-01 ST Nieuwsbrief Belastingplan 2013
19-11 ST Eindejaarstips 2012
09-01 ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2012, II
09-01 ST Tips 4e kwartaal 2012, II
09-01 ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2012, I
09-01 ST Tips 4e kwartaal 2012, I
28-06 ST Nieuwsbrief 3e kwartaal 2012
28-06 ST Tips 3e kw 2012
16-05 ST Nieuwsbrief 2e kwartaal 2012
16-05 ST Tips 2e kwartaal 2012
07-02 ST Nieuwsbrief 1e kwartaal 2012
07-02 ST Tips 1e kwartaal 2012
31-01 ST Special Lonen 2012
02-11 ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2011
02-11 ST Tips 4e kwartaal 2011
14-07 ST Nieuwsbrief 3e kwartaal 2011
23-03 ST Tips 3e kwartaal 2011

ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2011

Alle belastingplichtigen
1. In 2012 zwaar weer met af en toe zon

Er is zwaar weer op komst. Het kabinet moet fors bezuinigen en iedereen gaat er in koopkracht op achteruit. Zo luidde de boodschap op Prinsjesdag 2011. Toch is er niet alleen maar slecht nieuws te melden. Hieronder leest u in vogelvlucht enkele belangrijke plannen van het kabinet voor volgend jaar. Let wel: de plannen zijn pas definitief als ook de Tweede en Eerste Kamer de komende maanden akkoord gaan.

Ondernemend Nederland
 Vanaf 2012 is de zelfstandigenaftrek niet langer gekoppeld aan de winst. Er komt een vast aftrekbedrag van € 7.280 per jaar. Bij een winst vanaf € 53.975 gaat u erop vooruit. Bedraagt de winst minder dan € 18.855, dan gaat u erop achteruit.
 Het maximumbedrag dat u jaarlijks in uw onderneming onder voorwaarden mag reserveren voor uw oudedagsreserve (FOR), wordt verlaagd van € 11.882 naar € 9.382.
 Nieuwe ondernemers hebben soms de mogelijkheid om nog drie jaar lang vrijwillig pensioen op te bouwen via de pensioenregeling van hun oude werkgever. Het kabinet verlengt deze termijn van drie naar tien jaar.
 De komende tijd verdwijnt er een aantal bestaande rijksbelastingen. Zo wordt de verpakkingenbelasting afgeschaft per 2013 en is het over en uit voor de afvalstoffenheffing en de grondwaterbelasting per 1 januari 2012.
 Er komt een Research & Development-aftrek in de vennootschapsbelasting om innovatie nog aantrekkelijker te maken.
 De giftenaftrek in de vennootschapsbelasting wordt aantrekkelijker gemaakt. Zo vervalt de drempel van € 227 en kan er een hoger bedrag als gift van de winst worden afgetrokken. Geven aan een culturele instelling wordt in de toekomst nog aantrekkelijker.

Werkend Nederland
Het kabinet schaft de spaarloon- helemaal en de levensloopregeling gedeeltelijk af. Ook de arbeidskorting voor ouderen en de doorwerkbonus gaan verdwijnen. Hiervoor in de plaats komen in 2013 twee nieuwe regelingen: de werkbonus en het vitaliteitssparen. De werkbonus bedraagt maximaal € 2.350 en is meer gericht op 61-plussers. Het vitaliteitssparen is een nieuwe regeling in de inkomstenbelasting waarmee fiscaal voordelig kan worden gespaard. De regeling is niet alleen toegankelijk voor werknemers, maar ook voor ondernemers en resultaatgenieters in de inkomstenbelasting.

Autorijdend Nederland
De komende jaren wil het kabinet alleen nog maar de zuinigste auto’s stimuleren. De CO2-grenzen worden daarom de komende jaren steeds verder aangescherpt. Dat geldt niet alleen voor de BPM en MRB, maar ook voor de bijtelling van de auto van de zaak.

Samenlevend Nederland
Iedereen gaat er in koopkracht op achteruit. Zo stijgt de zorgpremie komend jaar en wordt ook het eigen risico verhoogd. Daarnaast heeft het kabinet plannen om de zorgtoeslag te verlagen. Mensen met kinderen betalen eveneens de rekening door forse bezuinigingen. Zo gaat de kinderbijslag omlaag, wordt kinderopvang duurder en worden allerlei fiscale faciliteiten in de inkomstenbelasting versoberd.

Werkgever
2. 30%-regeling onder de loep
De 30%-regeling is een faciliteit in de loonbelasting waarbij u als werkgever onder voorwaarden maximaal 30% van het loon onbelast mag vergoeden aan een werknemer die u in het buitenland heeft geworven. De faciliteit wordt in de praktijk steeds vaker gebruikt in situaties waarvoor de regeling eigenlijk niet bedoeld is. Ook is het gebruik vele malen groter dan oorspronkelijk voorzien. Het kabinet heeft dan ook plannen om de 30%-regeling aan banden te leggen.

Let op
Er is ook een 30%-regeling voor Nederlandse werknemers die naar het buitenland worden uitgezonden. Op deze groep zijn de wijzigingen niet van toepassing.

Specifieke deskundigheidscriterium
Dit criterium is de belangrijkste voorwaarde om in aanmerking te kunnen komen voor de regeling. Het betekent kortweg dat de vanuit het buitenland ingekomen werknemer over specifieke deskundigheid moet beschikken die niet of schaars aanwezig is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Dit criterium wordt getoetst op werkervaring en opleiding van de ingekomen werknemer.

Boven op deze voorwaarde introduceert het kabinet een salarisnorm, waarbij de ingekomen werknemer minimaal € 50.619 (2011) bruto per jaar moet verdienen.

Voor buitenlanders jonger dan 30 jaar die hier promoveren en die na hun promotie in Nederland gaan werken, geldt dat zij nu ook onder de 30%-regeling kunnen vallen. Voor hen geldt een verlaagde salarisnorm.

Kortingsregeling
Verder wordt de kortingsregeling aangescherpt. Nu is het zo dat als een buitenlandse werknemer in de afgelopen tien jaar eerder in Nederland heeft gewerkt of gewoond, deze periode in korting wordt gebracht op de maximale looptijd van tien jaar. De toetsingsperiode wordt straks 25 jaar. Dat betekent dat elke eerdere periode van verblijf of tewerkstelling in Nederland in die 25 jaar, in mindering komt op de maximale looptijd van de 30%-regeling.

Grensarbeiders
De laatste belangrijke wijziging is de geografische definitie van een ingekomen werknemer. Wanneer de plannen allemaal doorgaan, komen werknemers die binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens wonen niet langer in aanmerking voor de 30%-regeling.

Werkgever Ondernemer
3. Nieuwe btw-regels voor privégebruik zakelijke auto

Gebruikt u of uw werknemer de auto van de zaak ook privé? Tot 1 juli kon u in dat geval alle btw op de gemaakte autokosten in aftrek brengen, mits u belaste prestaties leverde. In de laatste aangifte van het jaar gaf u dan de btw aan over het privégebruik. De regels voor deze jaarlijkse correctie zijn aangepast.

Omdat de regels zijn gewijzigd op 1 juli, krijgt u dit jaar te maken met twee verschillende berekeningsmethodes om de verschuldigde btw vast te stellen over het privégebruik.

Regels tot 1 juli
De meeste bedrijven maken gebruik van de autokostenfictie. Kort gezegd komt dit erop neer dat u voor het privégebruik van uzelf of uw werknemers 12% btw betaalt over een bepaald percentage van de waarde van de auto. De waarde van de auto is afhankelijk van de zuinigheid en bedraagt 25%, 20%, 14% of zelfs 0% (auto zonder C02-uitstoot) van de catalogusprijs van de auto. Is de auto ouder dan 15 jaar, dan geldt een afwijkend percentage en wordt uitgegaan van de waarde die de auto in het economisch verkeer heeft.

Regels vanaf 1 juli
Vanaf 1 juli moet u over het werkelijke privégebruik 19% btw gaan betalen. Ook het woon-werkverkeer valt voortaan onder de privé gereden kilometers. U kunt het werkelijke privégebruik berekenen door een kilometeradministratie bij te houden. Uw werknemers zullen dit dan ook moeten doen. U mag de verschuldigde btw over het privégebruik echter ook forfaitair berekenen. Dat betekent dat u voor de btw-heffing over het privégebruik uitgaat van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en BPM) van de auto.

Let op: in de laatste btw-aangifte van 2011 moet u beide regelingen toepassen. De oude regeling tot 1 juli en de nieuwe regeling vanaf 1 juli. Vanaf 1 januari 2012 past u alleen nog de nieuwe regels toe.

Voorbeeld berekening van de btw over het privégebruik in 2011
Stel de auto van de zaak heeft een cataloguswaarde van € 25.000 en valt niet in de categorie zuinig of zeer zuinig. Alle btw op de gemaakte autokosten is gedurende het jaar in aftrek genomen. De auto wordt ook privé gebruikt en er is geen sluitende kilometeradministratie. De btw over het privégebruik berekent u dan als volgt:
 periode tot 1 juli: 181/365 x 12% x 25% x € 25.000 = € 372
 periode vanaf 1 juli: 184/365 x 2,7% x € 25.000 = € 340

In totaal voert u dus in de laatste btw-aangifte voor het privégebruik een bedrag op van € 712 (€ 372 + € 340).

Let op: de nieuwe regels kunnen voor u ongunstig uitpakken. Ook is nog niet alles even duidelijk en zijn er vanuit de praktijk knelpunten gesignaleerd. Het kan dus verstandig zijn om bezwaar te maken tegen de laatste btw-aangifte van het jaar. Neem hiervoor contact op met uw adviseur.

BV
4. Twee nieuwe aanscherpingen in de vennootschapsbelasting


Voor bedrijven die op overnamepad zijn, komt er een belangrijke fiscale beperking aan. Wanneer de plannen van het kabinet doorgaan, geldt er vanaf 1 januari 2012 een renteaftrekbeperking wanneer de overname wordt gefinancierd met vreemd vermogen, zoals een geldlening, bankkrediet of een obligatielening. Voortaan kan de overnameholding de rente alleen nog aftrekken van de 'eigen' winst. Een tweede beperking die eraan komt, betreft winsten en verliezen van buitenlandse filialen.

Renteaftrekbeperking voor overnameholding
De renteaftrekbeperking geldt alleen wanneer de overnameholding en de overgenomen vennootschap een fiscale eenheid vormen voor de vennootschapsbelasting. De rente over de overnameschuld kan dan alleen nog in aftrek komen op de eigen winst van de overnameholding. Er is een tweetal verzachtende maatregelen. Heeft de fiscale eenheid na overname gemiddeld niet meer schuld dan tweemaal het eigen vermogen, dan is er niets aan de hand. De rente kan volledig worden afgetrokken. Bovendien is er goed nieuws voor bedrijven in het midden- en kleinbedrijf: tot € 1.000.000 blijft de rente in ieder geval aftrekbaar.

Is er meer dan € 1.000.000 rente en is er ook te veel vreemd vermogen, dan geldt de laagste van de twee berekende aftrekbeperkingen. De overnameholding kan de niet-aftrekbare rente overigens wel meenemen naar het volgende jaar. Is er in dat jaar voldoende 'eigen' winst, dan mag de rente alsnog in aftrek worden gebracht.

Tip
De nieuwe renteaftrekbeperking geldt alleen voor overnames die op of na 1 januari 2012 plaatsvinden. Het kan dus verstandig zijn om een geplande overname en het aangaan van een fiscale eenheid met de overgenomen vennootschap nog dit jaar af te ronden.

Beperking voor winsten en verliezen van buitenlandse filialen
Op dit moment kunnen bedrijven met een buitenlands filiaal (buitenlandse vaste inrichting) de verliezen van dit filiaal nog verrekenen met hun eigen Nederlandse winst. Vanaf 2012 komen zowel winsten als verliezen van de buitenlandse vaste inrichting niet meer ten gunste of ten laste van de Nederlandse winst. Er wordt een uitzondering gemaakt voor verliezen bij staking of overdracht. Deze verliezen worden nog wel in aftrek toegelaten. Het kabinet wil met deze maatregel de behandeling van vaste inrichtingen gelijk trekken met de behandeling van een bedrijf met dochters (‘deelnemingen’). Op deze manier hoopt het kabinet verliesimport zo veel mogelijk tegen te gaan.

Werkgever
5. Telefoon of computer? Het maakt écht verschil


De techniek staat niet stil en tegenwoordig kan er steeds meer met een mobiele telefoon. De functie van bellen raakt op de achtergrond en de mobiele telefoon lijkt steeds meer op een minicomputer. Het verschil is lang niet altijd meer duidelijk. Toch is het onderscheid belangrijk, want fiscaal gezien maakt het wel degelijk uit of het gaat om een telefoon of om een computer.

Onderscheid is belangrijk
Een smartphone of toch maar een tablet? Uw werknemer kan met beide bellen. Het maakt uit of iets fiscaal kwalificeert als communicatiemiddel of als computer. Een communicatiemiddel, zoals een smartphone of een BlackBerry, is namelijk al fiscaal vrij te vergoeden of te verstrekken bij een zakelijk gebruik van 10% of meer. Bij computers en dergelijke is een vrije vergoeding of verstrekking pas mogelijk bij een zakelijk gebruik van 90% of meer.

Een ‘inchje’ meer of minder
Hoe weet u nu waar een apparaat onder valt? U kunt uitgaan van het volgende:
 Smartphones en dergelijke apparaten met een beeldscherm (diagonaal) van maximaal 7 inch (17,78 cm) zijn communicatiemiddelen.
 Apparaten met een beeldscherm (diagonaal) groter dan 7 inch (17,78 cm), zoals tablets, zijn computers.

Waarom nu precies 7 inch? Omdat de Belastingdienst ervan uitgaat dat het beeldscherm en de invoermogelijkheden bij deze apparaten te beperkt zijn voor langdurig gebruik als computer.

Escape is mogelijk
Nu kan het gebeuren dat uw werknemers een apparaat gebruiken met een beeldscherm groter dan 7 inch, terwijl het toch eigenlijk meer een communicatiemiddel is. Bijvoorbeeld een apparaat waarvan de gebruiksmogelijkheden software- of hardwarematig zijn beperkt tot communicatie. Het staat u in dat geval vrij om aannemelijk te maken dat dit specifieke apparaat met het grotere scherm toch echt een communicatiemiddel is.

Mobiele telefoon en de werkkostenregeling
Het onderscheid tussen communicatiemiddelen en computers geldt zowel voor de werkkostenregeling als voor de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen. Als u gebruikmaakt van de werkkostenregeling is er nog wel een addertje onder het gras. Alleen een mobiele telefoon (of een ander, gelijksoortig communicatiemiddel) die u ter beschikking stelt (u blijft de eigenaar), is onbelast bij meer dan 10% zakelijk gebruik. Daar komt nog bij dat uw werknemer de telefoon (gedeeltelijk) op zijn werkplek moet gebruiken.

BV
6. Aangaan fiscale eenheid niet altijd voordelig


De fiscale eenheid kent zo zijn voordelen. De verliezen van de ene bv kunnen bijvoorbeeld worden verrekend met de winsten van de andere bv. Een ander voordeel is dat de fiscale eenheid maar één aangifte vennootschapsbelasting hoeft te doen. Toch is het aangaan van een fiscale eenheid lang niet altijd voordelig.

Pas op met onderlinge vorderingen en schulden
Zo kan er een groot nadeel ontstaan als nog voor het aangaan van de fiscale eenheid de verschillende vennootschappen onderling al vorderingen en schulden op elkaar hebben. Heeft de moeder-bv bijvoorbeeld een vordering op de dochter-bv, dan moet deze vordering net vóór het aangaan van de fiscale eenheid gewaardeerd worden op de bedrijfswaarde. Dat is geen enkel probleem als de vordering volwaardig is. In dat geval komt de bedrijfswaarde over het algemeen overeen met de nominale waarde. De vordering en de daar tegenoverstaande schuld staan bij de moeder-bv en bij de dochter-bv voor dezelfde waarde op de balans.

Probleem bij onvolwaardige vordering
Het wordt wel een probleem als de vordering onvolwaardig is. De moeder-bv heeft de vordering dan, geheel volgens goed koopmansgebruik, afgewaardeerd tot op de bedrijfswaarde. Bij de dochter-bv zal de schuld op de balans gewaardeerd staan tegen de nominale waarde. Net voor het aangaan van de fiscale eenheid moet de dochter-bv de schuld nu waarderen op de bedrijfswaarde. Dat dit ongunstig uitpakt, laat onderstaand voorbeeld zien.

Forse vrijval van de winst
Stel de moeder-bv heeft een vordering met een nominale waarde van € 500.000 op de dochter-bv. Omdat de dochter flinke verliezen heeft geleden, is de vordering nog maar € 50.000 waard. De moeder zal de vordering op haar balans hebben afgewaardeerd tot dit bedrag. Het verlies van € 450.000 (€ 500.000 nominale waarde - € 50.000 bedrijfswaarde) komt ten laste van de winst. De dochter daarentegen heeft, civielrechtelijk, nog steeds een schuld van € 500.000 aan de moeder en voor dit bedrag zal de schuld ook zijn gewaardeerd op de balans. Net voor het aangaan van een fiscale eenheid, moet de dochter de schuld waarderen op de bedrijfswaarde van € 50.000. Dat betekent dat de dochter in één klap een winst realiseert van € 450.000, waarover belasting moet worden betaald.

Let op
Omdat de dochter-bv in het verleden verliezen heeft geleden, kan zij vermoedelijk de winst met deze verliezen verrekenen.

Bezint eer ge begint
Uit het bovenstaande blijkt dat het aangaan van een fiscale eenheid lang niet altijd alleen maar voordelig is. Alle voor- en nadelen moeten goed tegen elkaar worden afgewogen.

Ondernemer BV
7. Er valt met de fiscus te praten over de bewaarplicht!


Iedere administratieplichtige (zoals een ondernemer, bv, resultaatgenieter en inhoudingsplichtige werkgever) is wettelijk verplicht zijn administratie zeven jaar te bewaren. Het gaat hier om boeken, bescheiden en andere gegevensdragers die fiscaal belangrijk kunnen zijn. De Belastingdienst hanteert – afhankelijk van de afspraken en situaties – soms kortere of langere bewaartermijnen.

Hoe lang u de administratie moet bewaren, hangt af van het belang dat de Belastingdienst hecht aan de verschillende onderdelen van de administratie. Bepaalde onderdelen van uw administratie worden aangemerkt als basisgegevens. Deze moet u in ieder geval zeven jaar bewaren. Denk aan de grootboek-, voorraad-, crediteuren-, debiteuren-, inkoop-, verkoop- en loonadminstratie. Vergeet daarbij niet de kassabonnen en -rollen! Maar ook andere specifieke gegevens, bijvoorbeeld de notulen van de bestuursvergadering, moet u zeven jaar bewaren. De bewaarplicht geldt ook voor computerprogramma's en bestanden. Wanneer u besluit om digitale bestanden in een andere vorm te gaan bewaren, dan stelt de Belastingdienst hieraan bijzondere eisen.

Afspraken met de belastinginspecteur
U kunt met de inspecteur afspraken maken over welke basisgegevens u nu precies moet bewaren en tot op welk detailniveau dat dan moet. Daarnaast kunt u afspraken maken over hoe lang en tot op welk detailniveau u de overige gegevens moet bewaren. Ook de vorm, op papier of elektronisch, kan een onderdeel zijn van de afspraken. Met name in de volgende situaties is het maken van afspraken belangrijk:
1. bij een faillissement;
2. bij het staken van een onderneming;
3. na een belastingcontrole.

De afspraken kunnen van geval tot geval verschillend zijn. Dit zal onder meer afhangen van de aard en de omvang van de bedrijfsactiviteiten.

Let op
Deze bewaartermijnen gelden uitsluitend bij de Belastingdienst. Bij andere overheidsinstellingen, zoals het UWV, kunt u dus te maken krijgen met afwijkende bewaartermijnen.

Alle belastingplichtigen
8. Beter af met huwelijkse voorwaarden

Vanaf 2012 wordt het voor gehuwden makkelijker om over te stappen van gemeenschap van goederen naar huwelijkse voorwaarden. Ook kunnen mensen die in scheiding liggen, sneller en probleemloos een nieuw huis kopen.

Overstappen op of wijzigen van huwelijkse voorwaarden
Wanneer u gehuwd bent in gemeenschap van goederen, kunt u om wat voor reden dan ook beslissen om alsnog huwelijkse voorwaarden op te maken. Dit gebeurt met name bij ondernemers in de inkomstenbelasting. Op die manier loopt hun echtgeno(o)t(e) namelijk minder risico wanneer het onverhoopt mis gaat met het bedrijf. Wilt u overstappen op huwelijkse voorwaarden, dan heeft u nu nog toestemming nodig van de rechter. Vanaf 1 januari is de tussenkomst van de rechter niet langer vereist. De huwelijkse voorwaarden kunt u dan helemaal regelen via de notaris. Hetzelfde geldt voor het aanpassen van bestaande huwelijkse voorwaarden.

Tip
Wacht tot na 1 januari 2012 voor het maken of wijzigen van huwelijkse voorwaarden. De wijzigingen zullen dan sneller verwerkt zijn dan wanneer het wijzigingsverzoek nog dit jaar moet worden behandeld.

Eerder een huis kopen
Mensen die in scheiding liggen, kunnen voortaan sneller een nieuw huis kopen. Zij kunnen eerder een schuld aangaan, zonder dat dit ten laste komt van de gemeenschap van goederen. De wetswijziging bevat namelijk een onderdeel waardoor het tijdstip voor ontbinding van een huwelijk in gemeenschap van goederen vervroegd wordt. Wat betekent dit?

Voor echtgenoten die gehuwd zijn in gemeenschap van goederen, eindigt deze gemeenschap pas op het moment dat de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Dat is eigenlijk aan het eind van het hele echtscheidingstraject. Alle goederen die worden gekocht en schulden die zijn gemaakt tijdens de echtscheidingsprocedure, vallen nog in de gemeenschap van goederen. Vanaf volgend jaar eindigt de gemeenschap van goederen sneller, namelijk al op het tijdstip dat het verzoek tot echtscheiding bij de rechter wordt ingediend. Hierdoor kunnen de partners in echtscheiding eerder een nieuw huis kopen en sneller alleen een schuld aangaan. Download hier de pdf