Tips en Advies

13-12 ST Nieuwsbrief 2017 deel 10
15-11 ST Nieuwsbrief 2017 deel 9
08-11 ST Special Eindejaarstips 2017
24-10 ST Nieuwsbrief 2017 deel 8
12-10 ST Special Regeerakkoord 2017
21-09 ST Special Miljoenennota 2018
13-07 ST Nieuwsbrief 2017 deel 7
21-06 ST Nieuwsbrief 2017 deel 6
18-05 ST Nieuwsbrief 2017 deel 5
12-04 ST Nieuwsbrief 2017 deel 4
12-04 ST Nieuwsbrief 2017 deel 3
15-03 ST Nieuwsbrief 2017 deel 2
24-01 ST Nieuwsbrief 2017 deel 1
11-01 ST Special Lonen 2017
15-12 ST Nieuwsbrief 2016 deel 10
22-11 ST Nieuwsbrief 2016 deel 9
15-11 ST Special Eindejaarstips 2016
20-10 ST Nieuwsbrief 2016 deel 8
22-09 ST Nieuwsbrief Miljoenennota 2017
14-07 ST Nieuwsbrief 2016 deel 7
21-06 ST Nieuwsbrief 2016 deel 6
19-05 ST Nieuwsbrief 2016 deel 5
14-04 ST Nieuwsbrief 2016 deel 4
23-03 ST Nieuwsbrief 2016 deel 3
24-02 ST Nieuwsbrief 2016 deel 2
26-01 ST Nieuwsbrief 2016 deel 1
12-01 ST Special lonen 2016
17-12 ST Nieuwsbrief 2015 deel 10
25-11 ST Nieuwsbrief 2015 deel 9
12-11 ST Special Eindejaarstips 2015
29-10 ST Nieuwsbrief 2015 deel 8
15-10 ST Nieuwsbrief 2015 deel 7
23-09 ST Nieuwsbrief Miljoenennota 2016
30-06 ST Nieuwsbrief 2015 deel 6
26-05 ST Nieuwsbrief 2015 deel 5
28-04 ST Nieuwsbrief 2015 deel 4
25-03 ST Nieuwsbrief 2015 deel 3
26-02 ST Nieuwsbrief 2015 deel 2
28-01 ST Nieuwsbrief 2015 deel 1
22-01 ST Special Lonen 2015
03-12 ST Special Eindejaarstips 2014
30-10 ST Nieuwsbrief 2014 deel 8
16-09 ST Nieuwsbrief 2014 deel 7
31-07 Werkkostenregeling
24-07 Zonnepanelen op uw woning
24-07 Uw positie als DGA
01-07 ST Nieuwsbrief 2014 deel 6
26-06 ST Nieuwsbrief 2014 deel 5
29-04 ST Nieuwsbrief 2014 deel 4
03-04 ST Nieuwsbrief 2014 deel 3
13-03 Succesvol financieren
13-03 Auto en fiscus 2014
13-03 ST Nieuwsbrief 2014 deel 2
07-02 ST Special lonen 2014
05-02 ST Nieuwsbrief 2014 deel 1
05-12 Update ST Special Oudejaarstips 2013
07-11 ST Special Oudejaarstips 2013
17-10 ST Nieuwsbrief 2013 deel 8
24-09 ST Nieuwsbrief Miljoenennota 2014
17-09 ST Nieuwsbrief 2013 deel 7
02-07 ST Nieuwsbrief 2013 deel 6
30-05 ST Nieuwsbrief 2013 deel 5
25-04 ST Nieuwsbrief 2013 deel 4
28-03 ST Nieuwsbrief 2013 deel 3
21-02 ST Nieuwsbrief 2013 deel 2
09-01 ST Special lonen 2013
07-02 ST Nieuwsbrief 2013 deel 1
10-12 Wet Uniformering Loonbegrip
09-01 ST Nieuwsbrief Belastingplan 2013
19-11 ST Eindejaarstips 2012
09-01 ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2012, II
09-01 ST Tips 4e kwartaal 2012, II
09-01 ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2012, I
09-01 ST Tips 4e kwartaal 2012, I
28-06 ST Nieuwsbrief 3e kwartaal 2012
28-06 ST Tips 3e kw 2012
16-05 ST Nieuwsbrief 2e kwartaal 2012
16-05 ST Tips 2e kwartaal 2012
07-02 ST Nieuwsbrief 1e kwartaal 2012
07-02 ST Tips 1e kwartaal 2012
31-01 ST Special Lonen 2012
02-11 ST Nieuwsbrief 4e kwartaal 2011
02-11 ST Tips 4e kwartaal 2011
14-07 ST Nieuwsbrief 3e kwartaal 2011
23-03 ST Tips 3e kwartaal 2011

ST Nieuwsbrief 2013 deel 1

1.         Turbulente wijzigingen voor de woningmarkt

alle belastingplichtigen

Het afgelopen jaar was een spannend jaar voor de (potentiële) woningeigenaar. Hoe zou het aflopen met de hypotheekrenteaftrek? Komen starters straks nog wel aan bod? Hieronder treft u een overzicht aan van alle nieuwe maatregelen voor de hypotheekrenteaftrek die gelden vanaf 2013.

Hypotheekrenteaftrek

Vanaf 1 januari 2013 krijgt u alleen nog renteaftrek voor een hypotheek die u in dertig jaar volgens een annuïtair schema volledig aflost. Wie toch voor een andere hypotheekvorm kiest, verliest zijn recht op hypotheekrenteaftrek. Leningen die verder gaan dan een annuïtaire aflossing, zoals het lineaire model, komen ook in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek.

Wanneer u al een hypotheek heeft, verandert er na 1 januari 2013 in grote lijnen niets. Ook niet als u verhuist en uw bestaande hypotheek meeneemt of uw hypotheek volledig oversluit. Leent u een extra bedrag, dan gelden de nieuwe regels voor dit bedrag wel. Verder zijn de volgende aandachtspunten belangrijk:

  • De oude fiscale regels blijven gelden voor woningen die zijn gekocht op of voor 31 december 2012. Essentieel is dat de onherroepelijke schriftelijke koopovereenkomst binnen deze termijn valt. De lening moet wel voor 1 januari 2014 zijn aangegaan en de levering van de woning moet dit jaar plaatsvinden.
  • Wanneer u uw woning in 2012 heeft verkocht, nu tijdelijk huurt en in 2013 opnieuw een huis koopt, valt u onder een overgangsregeling. Voor de hypotheekschuld gelden de oude regels, voor zover deze niet hoger is dan de eigenwoningschuld die u had net voor de verkoop van uw woning.
  • Wanneer u in 2012 een verbouwing bent begonnen waar u pas in 2013 de financiering van heeft kunnen regelen, valt de rente van deze financiering ook onder de oude regels. Wel moet u een schriftelijke overeenkomst van de aannemer kunnen overleggen. Bovendien moet de verbouwing in 2013 zijn afgerond.
  • Wilt u uw bestaande aflossingsvrije hypotheek geheel of gedeeltelijk omzetten in een (bank)spaar- of beleggingshypotheek, dan kan dit nog zonder gevolgen tot 1 april 2013.

Minder lenen voor een huis

Er zijn nog andere zaken waarmee u rekening moet houden als u dit jaar een huis gaat kopen. Zo zult u voldoende eigen geld moeten meenemen voor de aankoop van een huis. Het kabinet heeft namelijk bepaald dat de maximale lening die u kunt aangaan 105% (was 106%) bedraagt van de woningwaarde. Bijkomende kosten moet u dus zelf financieren. Het maximale financieringspercentage wordt uiteindelijk 100%.

Ook de inkomensnormen voor hoeveel u mag lenen zijn verder aangescherpt. Houd er dus rekening mee dat u minder kunt lenen voor het huis. Voor starters is er een versoepeling. Zij kunnen een ruimere hypotheek krijgen als zij binnen enkele maanden of jaren een verhoging van hun salaris verwachten.

Drie extra versoepelingen

Tot slot kunnen de volgende drie maatregelen nog interessant zijn voor u:

  1. Mensen die na verkoop van hun eigen woning met een restschuld blijven zitten, mogen de rente over deze restschuld maximaal tien jaar in aftrek brengen in box 1. Het gaat om restschulden die zijn ontstaan vanaf 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017. 
  2. Twee crisismaatregelen zijn met een jaar verlengd: wie gaat verhuizen, kan wat langer
    gebruikmaken van de verhuisregeling en de hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur wordt ook met één jaar verlengd. 
  3. De doorverkooptermijn voor de overdrachtsbelasting is vanaf 1 september 2012 verruimd van
    6 naar 36 maanden. 


2.         Hoe nu verder met de levensloopregeling?

werkgever

Heeft u werknemers die deelnemen aan de levensloopregeling, dan moet u rekening houden met de nodige wijzigingen dit jaar. Voor sommige deelnemers is het tegoed definitief vrijgevallen per 1 januari 2013. Andere mogen blijven deelnemen. Voor u als werkgever is het belangrijk dat u de veranderingen goed verwerkt.

Levensloopregeling in vogelvlucht

Op 1 januari 2006 is de levensloopregeling ingevoerd. Hiermee konden werknemers een deel van hun brutosalaris sparen voor onbetaald verlof of om eerder met pensioen te gaan. Per 1 januari 2012 is de levensloopregeling afgeschaft, maar er is wel een overgangsregeling. Met deze overgangsregeling krijgt u nu te maken.

Deelnemers met een tegoed van minder dan € 3.000

Heeft uw werknemer deelgenomen aan de levensloopregeling en was zijn levenslooptegoed op 31 december 2011 minder dan € 3.000, dan is het tegoed definitief vrijgevallen op 1 januari 2013. Deze vrijval is belast. U moet loonheffingen inhouden over 80% van het opgebouwde tegoed op 31 december 2011. Het rendement dat sinds 1 januari 2012 is opgebouwd over het levenslooptegoed, moet u volledig belasten. Tot 2012 bouwde uw werknemer ook levensloopverlofkorting op over zijn inleg. Bij de berekening van de loonheffingen moet u rekening houden met deze opgebouwde levensloopverlofkorting.

Deelnemers met een tegoed van € 3.000 of meer

Bedroeg het levenslooptegoed op 31 december 2011 € 3.000 of meer, dan mag uw werknemer tot 2022 gebruik blijven maken van de levensloopregeling. Hij mag dus gewoon door blijven sparen.

Let op

Per 1 januari 2013 is een eventuele inleg in de levensloopregeling aftrekbaar voor alle loonheffingen, dus ook voor de werknemersverzekeringen. Uw bijdrage is geen loon. Daar staat tegenover dat een eventuele opname loon is voor alle loonheffingen. U betaalt als werkgever dus ook premies werknemersverzekeringen over de opname. Is uw werknemer op 1 januari 2013 61 jaar of ouder, dan geldt een afwijkende regeling.

Als uw werknemer zijn levenslooptegoed in 2013 in één keer volledig wil opnemen, dan profiteert hij van de 80%-regeling. U moet dan loonheffingen inhouden over 80% van het opgebouwde tegoed op 31 december 2011. De eis dat levenslooptegoed alleen kan worden opgenomen voor verlof is komen te vervallen. Uw werknemer mag het levenslooptegoed dus ook voor andere doeleinden opnemen. Het tegoed dat uw werknemer heeft opgebouwd vanaf 1 januari 2012 moet u volledig belasten. Ook hier moet u bij de berekening van de loonheffingen rekening houden met de opgebouwde levensloopverlofkorting.

Heeft uw werknemer zijn volledige tegoed in 2013 opgenomen, dan kan hij niet meer bijstorten op de levenslooprekening. De levensloopregeling eindigt dan.

Tot slot moet u als werkgever ook loonheffingen inhouden voor uw ex-werknemer met een levenslooptegoed die na zijn vertrek geen nieuwe werkgever heeft gevonden. 


3. Tijdelijke oplossing voor bijbetalingsplicht bij waardeoverdracht pensioen

werkgever 

Een werknemer die van werkgever verandert, mag zijn opgebouwde pensioenaanspraken meenemen naar de pensioenregeling van zijn nieuwe werkgever. Hij moet dit dan wel binnen zes maanden aanvragen. Deze waardeoverdracht kan voor de oude of nieuwe werkgever grote financiële gevolgen hebben. Om deze gevolgen te beperken, is er nu een tijdelijke oplossing voor de 'kleine' werkgever.

Soms forse bijbetalingslasten bij waardeoverdracht

Een werknemer heeft wettelijk het recht om zijn, bij de oude werkgever, opgebouwde pensioen onder te brengen bij de pensioenuitvoerder van zijn nieuwe werkgever. Dit heet waardeoverdracht en kan, afhankelijk van de regeling (zoals een middelloon- of eindregeling), al dan niet voordelig uitpakken voor de werknemer. Door de financiële crisis kampen veel pensioenfondsen op dit moment met te lage dekkingsgraden. Dat betekent dat een waardeoverdracht dan niet mogelijk is. Zodra dit wel weer kan, vindt dit dan alsnog met terugwerkende kracht plaats.

Bij waardeoverdracht kan een werkgever geconfronteerd worden met bijbetalingslasten, die soms oplopen tot enkele tienduizenden euro's. Vooral ‘kleine’ werkgevers kunnen hierdoor in financiële problemen komen. Daarom wordt de plicht tot bijbetaling voor deze werkgevers nu tijdelijk beperkt, totdat er een structurele oplossing is.

Beperkte bijbetalingsverplichting

U bent in dit verband een kleine werkgever als u een premieplichtig loon heeft van maximaal € 755.000 (2012). Dit loon staat op de premienota voor de sociale verzekeringen van het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen).

Bedragen voor u als kleine werkgever de bijbetalingslasten bij een individuele waardeoverdracht meer dan € 15.000 en meer dan 10% van de overdrachtswaarde, dan hoeft u de bijbetalingslasten niet te betalen. De pensioenuitvoerder is dan ook niet verplicht om mee te werken aan de waardeoverdracht. U mag de bijbetalingslasten wel vrijwillig betalen.

Extra gegevens aanleveren

Bij een verzoek om waardeoverdracht zal de pensioenuitvoerder moeten weten of de grens van € 15.000 en 10% van de overdrachtswaarde wordt overschreden. Tevens zal de pensioenuitvoerder bij u aankloppen om te bepalen of u een kleine werkgever bent en zo ja, of u bij overschrijding van de grens bereid bent om de bijbetalingslasten vrijwillig te voldoen.

Krijgt u van de ontvangende pensioenuitvoerder een verzoek tot uitvraag van informatie, dan moet u hier binnen een maand op reageren. Als u niet binnen deze termijn met bewijsstukken kunt aantonen dat u een kleine werkgever bent, dan gaat de waardeoverdracht door en bent u verplicht tot bijbetalen.

TIPS

1.         Welke scholingsuitgaven zijn aftrekbaar in 2013?

alle belastingplichtigen

Voor het nieuwe jaar heeft het kabinet flink gesneden in de aftrekbaarheid van scholingsuitgaven. Dit zijn uitgaven die u maakt voor het volgen van een opleiding of studie voor een (toekomstig) beroep. De scholingsuitgaven komen voor aftrek in aanmerking als deze meer bedragen dan de drempel van € 250 (was € 500), maar niet boven het maximum uitkomen van € 15.000.

In 2013 zijn alleen nog de door de onderwijsinstelling verplicht gestelde en noodzakelijke kosten van de opleiding of studie aftrekbaar. U moet hierbij denken aan het les-, cursus- of collegegeld, examengeld of promotiekosten en de door de onderwijsinstelling verplicht gestelde leermiddelen en beschermingsmiddelen. Denk bijvoorbeeld aan de verplichte studieboeken, verplicht gereedschap of een beschermingsbril.

2.         Veranderingen in premiekortingen

werkgever

De premiekorting voor het in dienst nemen van oudere, voormalige uitkeringsgerechtigde werknemers en de premiekorting voor arbeidsgehandicapte werknemers, zijn beide per 1 januari 2013 omhooggegaan naar maximaal € 7.000 per jaar bij een 36-urige werkweek of meer. De premiekorting voor het in dienst hebben van een oudere werknemer is komen te vervallen. De overgangsregeling voor de premievrijstelling oudere werknemers blijft wel bestaan.

Het kan zijn dat uw werknemer tegelijkertijd recht heeft op de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer en de premiekorting in dienst nemen oudere werknemer. In dat geval past u alleen de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer toe. Tegelijk toepassen mag niet meer.

3.         Kapitaalverzekering omzetten tot 1 april

alle belastingplichtigen

Voor een nieuwe kapitaalverzekering eigen woning (KEW), een spaarrekening eigen woning (SEW) of een beleggingsrecht eigen woning (BEW) gelden vanaf 1 januari geen fiscale faciliteiten meer. Deze vallen vanaf het begin af aan onder het vermogen in box 3 en er gelden geen vrijstellingen. Heeft u een bestaande kapitaalverzekering in box 3, dan kan het fiscaal aantrekkelijk zijn om deze om te zetten naar een KEW, SEW of BEW. U heeft hier nog tot 1 april van dit jaar de tijd voor.

4.         Vrije ruimte werkkostenregeling omhoog

werkgever

De vrije ruimte van de werkkostenregeling is per 1 januari 2013 omhooggegaan van 1,4% naar 1,5%. Reden voor deze verhoging is de eveneens per 1 januari afgeschafte verplichte vergoeding van de bijdrage Zvw (Zorgverzekeringswet). Daarvoor in de plaats is de werkgeversheffing Zvw gekomen. U mag in 2013 tot maximaal 1,5% van de totale fiscale loonsom gebruiken voor onbelaste vergoedingen of verstrekkingen aan uw werknemers.

Past u de werkkostenregeling nog niet toe, dan mag u dit jaar nog gebruiken voor de voorbereiding. Daarbij kunt u uitgaan van de vier logische stappen die wij hebben aangegeven in de laatste nieuwsbrief van vorig jaar. Een van de stappen is het bepalen van de fiscale loonsom. Ga bij deze bepaling niet automatisch uit van de totale loonsom van 2012, want deze is nog inclusief de Zvw.

5.         Verzekeringsadvies niet langer aftrekbaar

alle belastingplichtigen

Vanaf dit jaar is uw verzekeringsadviseur verplicht om zijn advieskosten voor een lijfrente- of een arbeidsongeschiktheidsverzekering apart aan u te berekenen. Deze kosten zijn niet langer aftrekbaar.

Vorig jaar kon uw verzekeringsadviseur deze kosten nog versleutelen in de verzekeringspremie zelf. Vanaf 1 januari 2013 mag hij dat niet meer. Er geldt nu een zogeheten provisieverbod waardoor de kosten inzichtelijk moeten worden gemaakt. De zuivere premies die u betaalt voor een lijfrente- of een arbeidsongeschiktheidsverzekering blijven wel aftrekbaar. Voor een lijfrente is de premie uiteraard alleen aftrekbaar als u in een jaar te weinig pensioenopbouw heeft (jaarruimte) of als u in de afgelopen zeven jaren te weinig pensioen heeft opgebouwd (reserveringsruimte) en de premie tijdig is betaald.

6.         Gebruikelijk loon omhoog

DGA

Dit jaar is het gebruikelijk loon voor onder anderen de directeur-grootaandeelhouder (dga) vastgesteld op € 43.000 (2012: € 42.000). Het gebruikelijk loon is het loon dat u minimaal moet verdienen en wat hoort bij de duur en het niveau van uw werk. Afhankelijk van uw eigen situatie kan het loon hoger of lager zijn (bijvoorbeeld als u in deeltijd werkt).

Uit onderzoek is gebleken dat een dga bij een ongewijzigd salaris dit jaar netto minder overhoudt. Dit komt onder meer door verhoging van de eerste tariefschijf in de inkomstenbelasting, door een hogere premie Zorgverzekeringswet en een verlaging van de maximale arbeidskorting voor hogere inkomens.

Bij een gebruikelijk loon van € 43.000 op jaarbasis gaat u er ongeveer € 95 netto per maand op achteruit.

Download hier de pdf